Mijn jeugd vormde me tot wie ik nu ben.

Jep, iets meer over mij dus. Veronique Van Handenhove, geboren in Neerpelt op 6 november 1969. Niet de persoon die zonder veel problemen haar jeugd heeft kunnen doorstaan. De scheiding van mijn ouders zorgde voor héél veel miserie. Een vechtscheiding die 7 jaar duurde, met alle gevolgen van dien. Tegenwoordig hoef je je daarvoor niet meer te schamen.

In die tijd bekeken de mensen je scheef, althans, dat gevoel had ik. Over mijn jeugd zou ik een heel artikel kunnen schrijven, maar dat gaan we niet doen. Belangrijk is wel om te weten dat ik, door vele slechte omstandigheden, gevormd ben tot wie ik nu ben. Een paar sterke karaktertrekken op een rij:

  • uitermate loyaal (iets te)
  • knokkend en er volledig voor gaand
  • beschikkend over een zeer groot verantwoordelijkheidsgevoel
  • een afkeer hebbend aan onrechtvaardigheid
  • sociaal en hulpvaardig
  • heel creatief
  • overlevingsmodus op ‘ON’ door steeds heel hard te werken
  • eerder gevoelig 🙂

Uiteraard zijn niet alle eigenschappen alleen positief. Ik geef soms niet op waardoor ik me extra stress op mijn nek haal. Door altijd klaar te staan voor iedereen, vergeet ik dikwijls mezelf. Ik kom steeds op voor anderen waaruit soms bleek dat het eerder negatieve gevolgen heeft dan positieve gevolgen. Ik doe nooit dingen om iets terug te krijgen. Echter een mes in je rug krijgen is ook niet fijn nadat je zoveel energie in bepaalde personen hebt gestoken.

 

Mijn studentenjobs.

 

Vanaf mijn vijftien ging ik als student werken. Van alles heb ik gedaan. Ik werkte veel in de horeca, ging kuisen op de kantoren van Philips in Eindhoven, deed hostessenwerk, was verantwoordelijk voor de studenten bij een enquêtebureau, etc… Elke zaterdag en zondag werkte ik in Neerpelt bij – tijdens mijn studies – terwijl ik ook ‘s avonds door de week in Antwerpen nog bijkluste.

Ik betaalde een groot deel van mijn studies zelf, spaarde voor een autootje en ging op kot. Weg van de miserie. Zelfs toen ik mijn eerste vaste job had, ging ik nog kuisen in het weekend bij mensen in Brasschaat.

Ik zou een andere studie gekozen hebben als ik geen financiële beperkingen opgelegd kreeg. Of als mijn ouders bij elkaar gebleven waren. Of als er thuis anders met geld omgegaan werd. Maar of en hoe en dan en maar … dat telt niet. Daar kom je nergens mee. Ik beleefde hoe dan ook mooie studentenjaren op kot in Antwerpen tijdens het volgen van mijn Bachelor Marketing!

 

En toen mijn eerste job.

 

Een bekende vooraanstaande uitgeverij was op zoek naar iemand voor een zwangerschapsvervanging. Ik solliciteerde en kreeg de tijdelijke job als Assistente Marketing en Verkoop voor de Vlaamstalige markt.

Keihard en met volle overgave werkte ik in de uitgeverij. Geen enkele vakantie was ik niet bereikbaar. Hoe dikwijls onze twee schatten van kinderen even moesten wachten tot we vertrokken op uitstap in Spanje omdat een Nederlandse collega me nog nodig had, kan ik me niet herinneren.

Ik werkte me op tot ‘Eindverantwoordelijke Verkoop & Marketing voor Vlaanderen’, combineerde een universitaire studie Bedrijfseconomie in avondschool, maakte deel uit van het Managementteam in Nederland en bleef uiteindelijk 23 jaar in de firma.

Tot de dag dat er iemand aangeworven werd als crisismanager. ‘Crisismanager’ …dat bleek al vlug. Mijn verantwoordelijkheden werden zomaar afgenomen en verlegd. Het rapporteren gebeurde niet meer rechtstreeks aan mijn Nederlandse leidinggevenden. Mijn ontslag volgde, na en voor vele anderen in ons bedrijf.

Toen werd alles zwart. Een ontslag kan op veel manieren gebeuren. Ik mag er niet over uitweiden. Ik zal nooit vergeten dat de lieve dame waar ik mijn outplacement bij gevolgd heb (ja, want ik was net 45 geworden) me vertelde dat een ontslag bij de top drie behoort van rouwverwerking. Dat heb ik ook zo ervaren.

 

De periode net voor, tijdens en na mijn ontslag. Over mij.

 

Ik sukkel al jaren met mijn gewrichten. Om de haverklap had ik peesontstekingen, zware spierpijnen, slijmbeursontstekingen. Hoeveel cortisone-inspuitingen ik heb gehad in mijn schouders, mijn kaakgewrichten, mijn knieën, … zijn niet te tellen. Het aantal ontstekingsremmers die ik ooit genomen heb … zijn niet te tellen.

Ik herinner me nog dat ik niet op mijn knieën of hurken kon zitten om de tuin te doen nadat onze eerste dochter geboren was (1998). Ik gebruikte een kinderstoeltje van Ikea. Dat ging tot ik moest rechtstaan. Dan had ik zoveel pijn dat ik een tijdje gebogen moest blijven staan vooraleer ik kon strekken. Dat soort pijn uitte zich in alles eigenlijk.

Slaaptekort (onze dochter sliep niet goed), zware ijzertekorten, klierkoorts, altijd hard aan het werk … Dat behoorde volgens mij allemaal tot de oorzaken. Als ik later een start-to-run probeerde te volbrengen, leek het telkens of ik een marathon gelopen had. Zoveel spierpijn. Totdat mijn huisdokter de puzzelstukjes bij elkaar legde en me doorverwees naar een Fysisch Geneesheer.

Ja hoor, ik had een onzichtbare ziekte, aandoening, whatever, genaamd Fibromyalgie. Ik volgde een programma waar de meeste mensen terug moesten leren bewegen. Het is immers een logisch gevolg dat je niet meer beweegt omdat je door de Fibro veel pijn hebt. Maar nee hoor, ik niet, ik ging juist meer bewegen. ‘Als je kan gaan werken, kan je ook sporten’, was mijn leuze.

Tijdens het programma in het ziekenhuis leerde ik een grote stap terug zetten. Ik leerde doseren, voor mezelf te zorgen. Het blijft een moeilijk gegeven!

Ik ben niet goed in jaartallen, misschien maar goed. Het was toen ik nog in dienst was. Ik kreeg na een vakantie een plekje op mijn neus. Wit zag het eruit. Het werd groter en groter en liet een speldenprikje bloed na, ‘s nachts op mijn kussen. Na een consult bij de huidspecialist, bevriezen en een punctie bleek het een kwaadaardige tumor te zijn. Huidkanker was het verdict. Gewoon pech.

Vooral het lange wachten, de onzekerheid en de impact op ons gezin was heel groot. Ondraaglijk. Gelukkig was het geen vorm van kanker die in de bloedbaan kon geraken. Wel eentje die je bot kan aantasten. Direct onder het mes dus. Een zeer lelijk litteken hield ik eraan over. In mijn aangezicht.

Ik dacht dat ik daar geen probleem mee zou hebben. Ik ben van nature niet zo ijdel. Eens dat je weet dat de kanker weg is, komt toch dat slecht gevoel over dat litteken. Je wil het zo mooi mogelijk krijgen, want het enige wat je nog ziet is dat litteken. Het was groot en lelijk. Mijn chirurg zette er een heleboel spuiten in en zei dat ik erop moest vertrouwen dat het in orde kwam.

Een half jaar later zag het er nog slechter uit. Ik ging naar een andere plastisch chirurg en nam al mijn papieren met me mee. Ik ging alleen, zonder mijn partner, want het was gewoon een esthetische vraag die ik wilde stellen.

‘Mevrouw’ zei de chirurg. ‘Hier staat zwart op wit dat uw snijranden niet proper zijn. Dat betekent dat de tumor niet volledig weggenomen werd en terug aan het groeien is. U moet zo snel mogelijk terug een operatie ondergaan. Wellicht moeten we een huidtransplantatie doen aangezien er onvoldoende huid aanwezig is’.

Mijn wereld stortte in. Terug een operatie, onder volledige narcose.  De huidtransplantatie moest uiteindelijk niet plaatsvinden en mijn litteken zag er veel beter uit nadien. Toch raadde de chirurg me een derde operatie aan, puur esthetisch gezien. Nadien heb ik nog veel laserbehandelingen gehad. Beter dan nu zal het niet worden.

We zijn gaan informeren bij de eerste chirurg. Het ging wel over mij, mijn gezondheid. Hij was zeer onvriendelijk, zelfs bedreigend en voelde zich aangevallen omdat we niet teruggekomen waren naar hem. Hij had ‘gewoon’ zijn verslag niet gelezen omdat het per mail verzonden was in tegenstelling tot andere verslagen. Het enige dat je dan wil horen is ‘sorry’, maar dat is er niet van gekomen. Hij vertelde me dat ik er toch niet van dood gegaan was?

We zijn allemaal mensen en we kunnen allemaal fouten maken maar kom er dan wel voor uit.

Tijdens diezelfde periode brak ik een voet en de dag erna de teen van mijn andere voet waardoor ik twee opeenvolgende dagen op de spoed belandde. Dan maar in de rolstoel. Twee keer gips leggen doen ze nl. niet. Een tweede schouderoperatie kwam er ook nog ergens tussen. Een lichaam vol met een onverklaarbare uitslag waar ik heel erg van heb afgezien.

Soit, een hele resem serieuze dompers bovenop mijn ontslag. Heel veel werk heb ik gehad om er terug bovenop te geraken maar het is me gelukt! Met de nodige extra kilo’s door de medicatie. Je voelt je al niet goed en dan komt dat er nog bij.

Gelukkig waren mijn dagen heel goed gevuld met veel afspraken bij de chirurg, dokters, kiné en therapie. Die afspraken zette ik dan bewust ‘s morgens zodat ik aan mijn dag moest beginnen. Die structuur hielp me vooruit alsook mijn puzzeltherapie. Zo noem ik het maar omdat het dagenlang puzzelen me weerhield aan andere dingen te denken. Je dwaalt helemaal af naar die puzzelstukjes en voor je het weet is de dag om. Alle andere creativiteit was zoek.

 

Mijn Superette Ninette en ik.

 

Ik volgde een volledig jaar outplacement in een supertoffe groep met de allerbeste begeleidster die er bestaat. We lachten en huilden samen. Volgens haar was ik altijd de positieve noot in het gezelschap. Steeds bekommerd om iedereen.

Gebruikmakend van alle mogelijke opleidingen die ik kon volgen (boekhouden, Photoshop, Indesign, e-commerce, MBTI, het opmaken van een business- en financieel plan, hoe start ik als zelfstandige een business, …) kwam ik stap voor stap in actie voor een nieuwe professionele wending.

Uit allerlei tests bleek dat mijn creativiteit een heel belangrijk deel van mij is maar ook dat ik een heel ondernemend type ben. Ik had nooit de ultieme droom om een winkel te starten. Het idee is ontstaan uit de vele opleidingen en tests die ik deed.

Creëren was altijd wel een rode draad in mijn leven. Als tiener ontwierp ik kleding, maakte ik kledingstukken uit lakens en verfde ze in de wasmachine als het een juiste fit was! Mijn grootmoeder was haute-couture ontwerpster. Het was optimaal genieten om samen met haar achter de naaimachine te zitten. Mijn moeder was eveneens zeer creatief en kleuterleidster.

  • Hoe leuk zou het zijn een winkel te hebben met unieke en handgemaakte cadeautjes die je heel moeilijk op andere plekken kon vinden?
  • En hoe leuk zou het zijn om eigen creaties in de winkel te verkopen – handgemaakte juwelen en accessoires maakte ik reeds vijf jaar in bijberoep -?
  • Hoe leuk zou het zijn om met al die bijeen gespaarde materialen en opgedane ervaring andere mensen technieken te leren?
  • Hoe leuk zou het zijn om andere lokale ontwerpers een plek te bieden waar ze hun spullen aan de man konden brengen?
  • En hoe leuk zou het zijn als andere creatievelingen hun eigen creativiteit zouden kunnen overdragen aan anderen in mijn workshopruimte?

Heel leuk dus!

Ik heb de tegenslag gehad dat Lier een verdeeldheid maakt tussen kernwinkelgebied en niet-kernwinkelgebied waardoor ik maanden op de nodige vergunningen heb moeten wachten. Maanden die je niet incalculeert in je financieel plan. Maanden die je dient te overbruggen zonder inkomen. Zelfs Unizo, waar mijn plannen goedgekeurd werden, had dit niet voorzien. Het was ongezien.

Ook werd het niet-kernwinkelgebied uitgesloten van allerlei premies en acties die de stad organiseerde. Tijdens het mijn laatste half jaar van mijn Superette Ninette sloot de ene winkel na de andere de deuren. Onze topverkoopdag op zaterdag evolueerde op een paar maanden tijd naar onze slechtste verkoopdag.

We hoorden van onze klanten dat er weinig mensen nog een hele dag in Lier kwamen winkelen omdat je daar geen dag meer kon vullen. Lier heeft zoveel te bieden. Van cultuur, koffieshops, restaurants tot natuur. Spijtig genoeg nog maar heel weinig winkels.

Na drie jaar dag en nacht hard werken heb ik moeten besluiten om de winkel te sluiten. Er vielen veel tranen, zowel bij mij als bij mijn klanten, maar ik maakte de juiste beslissing. Ik werd overstelpt met cadeautjes, bloemen, kaartjes, zelfgebakken koekjes, knuffels en warme woorden. In één woord: ongelooflijk! Wat zal ik mijn dagelijkse klantjes missen.

Mijn grote valkuil gedurende de drie jaar van mijn winkel bleek wederom het gebrek aan zelfzorg. Ik klopte weken met drie avonden workshops tot middernacht en dat met mijn fibromyalgie. Na elke lange dag (lees van 10u tot 12u ‘s nachts) had ik drie dagen nodig om fysiek goed te recupereren.

Mijn grote probleem was dat ik alles zag als ‘leuk. Ik betrapte me er telkens weer op dat ik tegen mensen zei ‘toen ik nog werkte’ en dan bedoelde ik toen ik nog in dienst was van de uitgeverij. Een webshop runnen, social media op verschillende kanalen in stand houden, inkopen, marktjes, workshops voorbereiden en geven, werken tijdens de momenten dat anderen ‘s avonds workshops gaven, administratie, de winkel onderhouden, boodschappen doen voor de workshops, …

Er is een voor, tijdens en na Superette Ninette. Voor Superette Ninette was thuis alles in orde. Ik zal niet zeggen dat altijd alles in orde was, maar toch dikwijls. Elk half jaar zorgde ik ervoor dat de kasten uitgeruimd en uitgekuist werden. Dat deed ik samen met de kinderen.

Ik kon moeilijk afstand doen van spullen, dat wel, maar alles was goed georganiseerd. Een ringmap met info van de kinderen. Direct alle rekeningen in de betaalagenda en netjes geklasseerd in een map. De kleding die te klein was opgeruimd.

Regelmatig kledij schenken aan goede doelen. Een mevrouw die door een groep dames begeleid en gesteund werd om haar leven met haar dochtertje terug op orde te brengen, voorzagen we regelmatig van nog zeer mooie kledij. Of onze buren die naar het buitenland trokken met koffers vol. Een ritje nu en dan naar ‘moeders voor moeders’.

En toen was er Superette Ninette. Alleen maar tijd voor mijn superleuke Superette Ninette.

 

Thuis is alles behalve het dagdagelijkse blijven liggen. Mijn echtgenoot steunde me en zorgde voor het dagdagelijkse huishouden en het koken. De niet dringende rest bleef liggen.

Een voorbeeldje. Het tweede jaar van mijn Superette Ninette vertrokken we hals over kop op reis. Ik wisselde last minute van handtas. We kwamen na 350 km tot de conclusie dat mijn portemonnee met al mijn papieren en kaarten nog thuis lag. We zijn terug naar huis gereden, hebben mijn portemonnee genomen en zijn terug vertrokken. Dat … dat zou mij niet overkomen, pffff. 

Afgelopen zomer schoof ik uit op de rotsen en viel ik op mijn twee knieën. De vraag was of ik langs het ziekenhuis moest passeren of niet dus zocht ik naar mijn kaart van het ziekenfonds. Oepsie, twee jaar vervallen. Alles was in orde en betaald maar ik had mijn kaartje niet laten vernieuwen.

Dat is voor mij een teken van niet georganiseerd zijn. Het zorgt voor heel veel onrust. Dat heb ik met een bluts en een buil moeten ondervinden. Overal en altijd rommel. Zoeken achter spullen. Geen plek meer in de kasten. Vervallen producten. Zo was het niet voor mijn Superette Ninette.

Nele Colle, opruimcoach, inspireerde me enorm tijdens haar opruimworkshop in mijn Superette Ninette. Ik volgde haar lezing met heel veel kennis van zaken, hmmm. Ik vernam van een vriendin dat er een opleiding bestond tot Personal Organizer (van spullen, administratie en tijd). Met examen, opdrachten en zelfs stage.

Ik besloot prompt dat allerlaatste plekje in avondschool op te vullen. Deze beslissing nam ik al wetende in mijn achterhoofd dat er iets moest veranderen, thuis en met mijn zeer geliefde Superette Ninette.

Vanaf de beslissing om mijn Superette Ninette te sluiten, waren de opruimelfjes in mijn hoofd al alles aan het plannen en organiseren. Er zit zo ongelooflijk veel psychologie achter een opgeruimde omgeving, dat ik ernaar snakte om te beginnen. Natuurlijk moest eerst Superette Ninette afgesloten worden in alle vormen. Dat bracht heel veel stress, werk en emoties met zich mee.

Terwijl ik dit schrijf, zijn we bijna toe aan het einde van het jaar 2019 en voel ik dat ik heel het gezin mee geïnspireerd heb om aan het opruimproces te beginnen. Mijn echtgenoot wou al starten voordat we er tijd voor hadden en heeft ondertussen al heel de garage en zolder opgeruimd. Onze oudste dochter vroeg me al verschillende keren of we na haar examens samen haar kamer gaan aanpakken en onze jongste dochter is eindelijk al van start gegaan op haar kamer.

Zelf heb ik eerst mijn winkel leeggehaald en dan op mijn gemak tijd genomen om originele geschenken te zoeken voor Kerst. Het was een paar jaar geleden dat ik nog kon genieten van het schrijven van persoonlijke Kerstkaartjes. Tijdens de feestdagen, als de meisjes moesten studeren, heb ik gepuzzeld, veel gepuzzeld. Dat puzzelen is voor mij therapie!

Ondertussen ben ik heel druk met de ontwikkeling van mijn nieuwe website en webshop voor Coachinette (deze dus!) maar plan ik halve dagen in om de kasten goed onder handen te nemen en thuis orde op zaken te stellen. Een echte Marie Kondo in the house! Al wil ik me daar niet echt mee identificeren. Iedereen heeft een eigen idee over wat opruimen nu werkelijk is. Voor mij doet het zo goed om op te ruimen, dingen weg te doen, plaats te maken en andere mensen plezier te doen met spullen die wij niet meer gebruiken maar die zij nog wel kunnen gebruiken!

 

We zorgen voor me-time én we-time en genieten ten volle. Dat was volledig uit de dagdagelijkse drukke routine geband.

 

Mijn gezin. Mijn alles. Over Ons.

 

En nu … nu zijn er terug vele kilo’s bij. Door de tegenslag. Een opeenstapeling van allerlei slechte ervaringen tijdens het laatste jaar van mijn Superette Ninette. Ongeluk komt nooit alleen. Gelukkig ben ik een positieve ziel en probeer ik elke negatieve spiraal tot iets positiefs om te vormen. Maar dat gewicht … dat zal er terug af moeten.

  • Ik moet terug meer gaan bewegen.
  • Ik moet terug meer water drinken.
  • Ik moet meer rusten.
  • Ik moet naar mijn lichaam luisteren.
  • Ik moet die rotte fibromyalgie ELKE dag bewust beleven.
  • Ik moet mezelf af en toe voorop zetten.
  • Ik moet terug in mijn mooie kleren kunnen.

Van wie moet dat? Enkel en alleen van mezelf. Onze dochters zeggen me heel dikwijls: ‘mama, ga eens even zitten’ of ‘mama, loop eens gewoon in plaats van telkens als spurtend’.

  • Ik moet eigenlijk ook de raad die ik zelf zo dikwijls en met veel plezier aan mijn naasten geef zelf opvolgen.

Door alle tegenslagen heen, was er dus mijn gezin. Is er mijn gezin. Mijn lieve echtgenoot Marc en onze super schatten Paulien (1998) en Kato (2000). Zij zijn ook gevormd door mijn miserie, onze miserie. De zwaarste periodes waren telkens tijdens de examens.

De ene cijfert zichzelf weg om mij te sparen. De ander neemt mijn pijn over alsof het zelf te voelen is. De ander klapt dicht en verwerkt zelf niets. Iedereen is anders en reageert anders.

Zoals ik al zei, ik blijf positief en klaag zelden. Mijn verdriet laat ik echter wel de vrije loop. Ik deel het met iedereen die ik graag zie. Als mijn tranen komen, komen ze. Als iemand vraagt hoe het met me is en het gaat niet goed, dan zeg ik dat. Het helpt niet om elke dag te klagen en te zagen (al zou ik dat beter soms iets meer doen).

Het herinnert me aan een goede vriendin die op een bepaald moment in mijn winkel stond en een klantje hoorde vragen hoe het met me was. Ik antwoordde ‘eigenlijk niet zo goed’. Dat is geen antwoord dat de gemiddelde Belg verwacht. Mijn vriendin zei me veel later dat het haar opgevallen was dat ik niet zomaar ‘goed’ had geantwoord. Nee, natuurlijk niet. Als het niet goed gaat, mag je dat ook zeggen. Och, het leven bestaat niet altijd uit maneschijn en rozengeur. Dat mag ook geweten zijn.

Maar één ding is zeker. Zonder mijn gezin zou ik niet zulke draagkracht hebben. Ze steunen me op elk hun eigen manier en ze zijn er voor me zoals ik er voor hen ben. We doen ons best voor elkaar, met allemaal onze eigen allerliefste en scherpe kantjes, zoals iedereen die heeft.

 

Ik besluit dat er geen ‘over mij’ is, enkel een over ons. Mijn grootste wens is dat dit voor altijd kan blijven bestaan. Met ondersteuning van structuur, planning en organisatie.
Want dat heb ik nodig.

Rust in het hoofd, rust in het huis en rust in ons gezin.

 

Wil je graag op de hoogte blijven van blogs, workshops, tips & tricks over organisatie en informatie over nieuwe producten en aanbiedingen? 

Pin It on Pinterest

Share This